6 juli 2026

Hoogzomer: over het schilderen van groen

Waarom het weelderige groen van juli het lastigste is om te schilderen — en wat contrast, vroeg licht en geduld eraan doen.

Hoogzomer: over het schilderen van groen

Er is geen kleur die me zoveel hoofdbrekens bezorgt als het groen van juli. In het vroege voorjaar is het landschap nog terughoudend, een waas van geel en oker over kale takken, maar nu, in het hart van de zomer, staat alles in volle bladdracht. De Kromme Rijn verdwijnt bijna onder het lover, de weilanden zijn verzadigd, en overal waar ik kijk botst het ene groen tegen het andere. Juist die overvloed maakt het schilderen lastig. Wie het landschap letterlijk wil natrekken, eindigt met een doek dat schreeuwt.

Het geheim, heb ik door de jaren geleerd, zit niet in het groen zelf maar in alles eromheen. Een boom leest pas als een boom wanneer ik het koele blauwgroen van de schaduwzijde durf af te zetten tegen een warmere, bijna okerachtige toets waar het licht doorheen valt. Ik meng mijn groenen daarom zelden puur uit de tube. Een streepje gebrande sienna, een vleugje ultramarijn, soms een onverwachte tik violet: het zijn die kleine verontreinigingen die een blad laten ademen. Zuiver groen is dood groen.

Ik schilder in deze weken het liefst vroeg, wanneer de zon nog laag staat en het gras nog vochtig is. Dan heeft het groen een gouden ondertoon die tegen de middag volledig verdampt. Rond een uur of twaalf wordt het licht hard en vlak, en verliest het landschap zijn diepte; dan pak ik liever mijn schetsboek dan mijn penselen. Het zijn die eerste uren die ik probeer vast te houden, ook als ik later in het atelier verderwerk. Een enkele nauwkeurige notitie over de kleur van een schaduw is me meer waard dan tien foto's.

Wat me elke zomer opnieuw fascineert, is hoe weinig écht groen een geslaagd zomerdoek eigenlijk nodig heeft. Vaak zijn het de bermen vol droog gras, de warme steen van een brug, de rossige aarde van een pas gemaaid veld die het groen zijn kracht geven. Het contrast doet het werk. Ik denk vaak aan de oude meesters die met een verbazend beperkt palet hele bossen wisten op te roepen: niet door alles te laten kloppen, maar door precies te weten wat ze konden weglaten.

En dan is er nog het geduld. Zomers groen wil je niet overwerken; hoe meer je erin roert, hoe modderiger het wordt. Ik leg de toon liever in één zekere toets neer en laat hem staan, ook als hij niet helemaal klopt. Een landschap in juli mag rommelig zijn, weelderig, bijna te vol, net als de natuur zelf op dit moment van het jaar. Als ik na een ochtend buiten met groene vegen op mijn handen thuiskom, weet ik dat ik het seizoen weer een klein beetje dichter op het doek heb gekregen.

← Alle berichten Bekijk de galerie

Meer lezen