20 juli 2026

Schilderles geven: samen leren kijken

Over wat er gebeurt als ik mijn ezel deel — en waarom lesgeven mij evenveel leert als mijn leerlingen.

Schilderles geven: samen leren kijken

Eén ochtend in de week verandert mijn atelier van karakter. Waar ik anders alleen sta, met alleen het tikken van de penseelsteel tegen de pot als gezelschap, schuiven dan vier of vijf ezels naar binnen. Er wordt koffie ingeschonken, er wordt gelachen, en heel even is de stilte waarin ik gewoonlijk werk vervangen door het zachte geroezemoes van mensen die iets durven proberen. Ik geef schilderles, en eerlijk gezegd weet ik niet altijd wie er meer leert — zij of ik.

Het eerste wat ik probeer over te brengen is geen techniek, maar kijken. Bijna iedereen die voor het eerst voor een wit doek staat, schildert wat hij dénkt te zien: gras is groen, lucht is blauw, een boomstam is bruin. Maar als je echt kijkt, valt dat allemaal uiteen. Het groen van een weiland in de ochtend is bijna geel, de schaduw onder een boom is warmer dan je denkt, en de lucht heeft tegen de horizon nauwelijks nog kleur. Leren schilderen begint daar: bij het loslaten van wat je wéét, en het vertrouwen op wat je zíet.

Laatst worstelde een leerlinge met een eenvoudig landschapje. Ze had de boomschaduw netjes grijs gemaakt, precies zoals het hoorde, en toch klopte er iets niet. Ik vroeg haar even niets te doen en alleen te turen, met halfgesloten ogen, naar de schaduw buiten het raam. Na een tijdje zei ze verbaasd: ‘Hij is paars.’ Toen ze dat paars op haar palet mengde en aanbracht, ging het hele doek opeens leven. Dat moment — die kleine schok van herkenning — is waarvoor ik het doe.

Lesgeven dwingt me om onder woorden te brengen wat ik zelf vaak op gevoel doe. Na zoveel jaren schilder ik veel intuïtief; ik meng een kleur zonder erbij na te denken, ik zet een streek neer omdat hij goed voelt. Maar zodra iemand vraagt ‘waárom doe je dat zo?’, moet ik mijn eigen handelen ontrafelen. Daardoor betrap ik mezelf soms op gemakzucht, op gewoontes die zijn ingesleten. Mijn leerlingen houden me, zonder dat ze het weten, scherp.

Ik probeer een atelier te zijn waar fouten welkom zijn. Een doek is geduldig; je kunt er overheen, en nóg eens overheen. Wie bang is om te bederven, durft niets, en wie niets durft, leert niets. Dus moedig ik aan om royaal verf op te zetten, om de eerste lelijke laag te omarmen, om te ontdekken dat juist uit dat geploeter het mooiste tevoorschijn komt. De koffie helpt, en het uitzicht op de tuin ook.

Het mooiste vind ik wat er na afloop gebeurt. Niet zelden hoor ik van een leerling dat hij op de terugweg anders naar het landschap keek — dat de wilgen langs de weg opeens kleur kregen, dat de avondhemel hem opviel zoals nooit tevoren. Dan is de les pas echt geslaagd. Want schilderen leer je niet alleen voor het doek; je leert er vooral beter kijken door. En dat is een geschenk dat lang na de laatste penseelstreek meegaat.

← Alle berichten Bekijk de galerie

Meer lezen