Er zijn plekken waar je als schilder steeds opnieuw naar terugkeert, en Amelisweerd is er voor mij zo een. Het oude landgoed tussen Utrecht en Bunnik, met zijn monumentale lanen en eeuwenoude bomen, heeft iets wat ik nergens anders in het Utrechtse landschap vind: een licht dat niet op de dingen valt, maar ertussendoor beweegt. Hoog in de kruinen wordt de zon gezeefd tot vlekken en banen die langzaam over het pad schuiven, en geen twee minuten zijn ze hetzelfde.
Juist dat maakt schilderen onder de bomen zo'n andere ervaring dan werken in het open veld. Langs de Kromme Rijn heb ik de hele hemel als lichtbron; hier moet ik het doen met wat het bladerdak doorlaat. Dat dwingt tot kijken. De schaduw is er niet simpelweg donker, maar vol kleur: koel blauwgroen waar het licht omheen buigt, warm van weerkaatst blad waar een zonnevlek de grond raakt. Wie schaduw schildert met zwart of grijs, mist eigenlijk alles wat er te zien valt.
Midden in de zomer is het groen op zijn zwaarst en dat is voor een schilder een uitdaging op zich. Ik houd mijn palet daarom bewust klein en zoek het verschil niet in de kleur, maar in de toon. Een enkele doorkijk naar een verlicht grasveld, een streep okergele zon op een boomstam, meer heb je vaak niet nodig om al dat groen te laten ademen. Het is verleidelijk om elk blad te willen vangen, maar het schilderij wordt sterker naarmate ik meer durf weg te laten.
Mijn ezel zet ik het liefst neer waar een laan een bocht maakt, of waar iets van mensenhanden het groen onderbreekt. Bij de oude zonnewijzer bijvoorbeeld, die daar al generaties lang stil de uren telt terwijl de bomen om hem heen groeiden en weer werden geplant. Zo'n element geeft het oog een rustpunt en het doek een verhaal. Terwijl ik schilderde, bedacht ik dat wij eigenlijk hetzelfde doen, die zonnewijzer en ik: allebei proberen we iets vast te leggen van licht dat niet stil wil staan.
Wandelaars die stoppen om mee te kijken vragen weleens of het niet frustrerend is, dat verspringende licht onder de bomen. Het tegendeel is waar. Juist omdat het moment zo vluchtig is, kijk ik scherper dan waar dan ook. Een ochtend schilderen in Amelisweerd levert niet altijd een af doek op, maar wel altijd een vollere blik. En dat neem ik mee terug naar het atelier, waar de herinnering aan dat gezeefde licht vaak nog weken doorwerkt in alles wat ik maak.



