16 juni 2026

Over verf, doek en het geduld van olie

Waarom ik na al die jaren nog altijd voor olieverf kies — over materiaal, traagheid en het wachten op het juiste moment.

Over verf, doek en het geduld van olie

Mensen vragen me weleens waarom ik niet gewoon overstap op iets snellers. Acryl droogt in een handomdraai, met digitaal werk hoef je niets schoon te maken, en toch blijf ik trouw aan mijn tubes olieverf. Het antwoord is eigenlijk simpel: het is juist die traagheid die ik nodig heb. Olie laat zich niet opjagen. De verf blijft urenlang nat en beweeglijk, en in die uren kan ik blijven zoeken, schuiven en twijfelen tot een doek begint te kloppen.

Het begint allemaal bij het materiaal zelf. Ik werk graag met een beperkt palet — een warme en een koude geel, twee blauwen, een aardrood, wat omber en wit — en juist door die beperking word ik gedwongen om kleuren te mengen in plaats van te grijpen naar het eerste het beste tubetje. Op mijn palet ontstaan de tussentinten die het Utrechtse licht zo bijzonder maken: dat grijsgroen van een bewolkte ochtend, het zachte oker van rijp riet, de bijna doorzichtige schaduwen onder de bomen langs de Kromme Rijn.

Een doek bouw ik op in lagen. Eerst een dunne, doorschijnende onderschildering die de grote vlakken en de toonverhouding vastlegt — waar zit het licht, waar de donkerte. Pas als die verhouding klopt, ga ik er met dikkere verf overheen. In die laatste fase zet ik de toetsen die je later van dichtbij ziet: een streek riet, een glinstering op het water, het kantje van een dak dat oplicht in de avond. Het geduld van olie zit hem in die opbouw, laag na laag, soms met dagen wachten ertussen tot een onderlaag droog genoeg is.

De studie hierboven maakte ik buiten, in olieverf op papier — een klein, snel onderzoek naar een oude brug. Zulke studies bewaar ik niet om te verkopen, maar om van te leren. Ze zijn rauw en onaf, en juist daardoor eerlijk: ze laten zien hoe ik op dat moment naar het licht keek, voordat het atelier en de overweging er nog overheen gingen. Vaak vind ik in zo'n haastig stukje papier de toon die ik later op een groot doek probeer terug te halen.

Misschien is dat wel de kern van het werken met olie: het dwingt je om te wachten op het juiste moment, en het beloont je als je dat doet. Verf die langzaam droogt, vraagt om een schilder die langzaam kijkt. En dat langzame kijken — naar een wolk die opentrekt, naar water dat van kleur verandert, naar een schaduw die wegkruipt — is uiteindelijk waar het mij om gaat. De verf is alleen maar het middel om dat kijken vast te houden.

← Alle berichten Bekijk de galerie

Meer lezen