In de wintermaanden, als het buiten te koud en te grijs is om lang te schilderen, trek ik me terug in het atelier en zet ik een stilleven op. Een paar voorwerpen, wat fruit, een glas, een doek — en vooral: een lichtbron.
Waar het landschap gaat over ruimte en weidsheid, gaat een stilleven over het kleine en het stille. Het is een oefening in kijken. Hoe valt het licht op een appel? Waar zit de warme weerschijn, waar de koele schaduw? Je hebt alle tijd, en juist daardoor zie je meer.
Ik benader een stilleven met dezelfde fleurige, impressionistische toets als mijn landschappen. Niet fotografisch nauwkeurig, maar op zoek naar kleur en sfeer. Een stilleven mag zingen.
Veel van deze werken maak ik op klein formaat, in olieverf op papier of paneel. Ze zijn intiem, en passen mooi in huis op een plek waar je ze van dichtbij bekijkt. Het zijn ook fijne studies: wat ik leer over licht en kleur in een stilleven, neem ik weer mee naar buiten.
Rust is misschien wel het sleutelwoord. In een drukke wereld is een stilleven een uitnodiging om even stil te staan — letterlijk en figuurlijk.



